Beleidsregels Wet verbetering Poortwachter

UWV heeft de beleidsregels beoordelingskader poortwachter opgesteld, die het UWV hanteert bij de PW-toets, maar tevens een richtsnoer biedt voor zowel de werkgever als de werknemer bij de aanpak van re-integratie. Het Beoordelingskader is mede gebaseerd op jurisprudentie over re-integratie en outplacement. Allereerst spelen de medische aspecten, de belastbaarheid en de functionele mogelijkheden van werknemer een rol. Daarnaast zijn de opleiding, ervaring en vaardigheden van de werknemer van belang. Hoe meer arbeid wat betreft functieniveau, arbeidspatroon en reistijd aansluit bij het oude werk, des te eerder zal er sprake zijn van passende arbeid.

Ook is het de vraag of het aanbieden van passend werk van de werkgever kan worden gevraagd,  zeker gelet op de benodigde aanpassingen van de functie c.q. werkplek, de omvang van de organisatie, de financiële belasting van de werkgever, de duur van het dienstverband, de bereidwilligheid van werknemer, etc.
Tot slot dient van de werknemer te kunnen worden gevergd de aangeboden passende arbeid te aanvaarden en is het de vraag of de arbeid in redelijkheid kan worden opgedragen, waarbij geldt dat van de werknemer meer mag worden verlangd naarmate de arbeidsongeschiktheid langer duurt en/of terugkeer in eigen functie niet meer tot de mogelijkheden behoort. Na twee jaar ziekte kan arbeid met een loonwaarde van 65% of meer van het oude loon als passend worden aangemerkt. Dit sluit aan bij de WIA, op grond waarvan pas recht ontstaat op een WGA-uitkering bij een inkomensachteruitgang van 35% of meer.

Re-integratiebureau Werkcontact in Den Haag geeft deskundig advies over spoor 2 re-integratie

Passende Arbeid

In de verschillende regelingen wordt veelal dezelfde definitie gebruikt voor passende arbeid, te weten ‘alle arbeid die voor krachten en bekwaamheden van de werknemer is bekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem/haar kan worden gevergd’
Als leidraad moet worden opgevolgd dat het daarbij gaat om arbeid die in redelijkheid kan worden opgedragen, gelet op onder meer arbeidsverleden, opleiding, gezondheidstoestand, persoonlijke eigenschappen, reisafstand, loon en restcapaciteit van de werknemer.
Hervatting in het eigen werk, eventueel met aanpassingen van de functie en/of de werkplek, staat voorop. Behoort terugkeer op de eigen werkplek niet langer tot de mogelijkheden, dan zal een bredere oriëntatie noodzakelijk zijn waarbij geldt dat de passende arbeid dicht mogelijk moet aansluiten bij de bedongen arbeid. Een tijdstabel hiervoor, zoals Richtlijn Passende Arbeid, is niet te geven. Er komt echter een moment – en wanneer dat is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval – dat de zieke werknemer concessies moet doen. Wanneer arbeid op het eigen niveau niet kan worden aangeboden, ook niet bij een derde, kan arbeid op een lager niveau als passend worden aangemerkt. Veelal wordt er dan een re-integratie- of outplacementbureau ingeschakeld.

Inspanningsverplichting werkgever/ werknemer

Voor de vraag of aanvaarding van de arbeid van de werknemer kan worden gevergd, zijn niet alleen de medische beperkingen van de werknemer van belang, maar ook de arbeidsvoorwaarden die bij de (passende) arbeid horen. Arbeid in de avonduren bij een derde is bijvoorbeeld niet passend voor iemand die altijd overdag heeft gewerkt. Van de werknemer wordt echter een positieve opstelling ten aanzien van het verrichten van passende arbeid verwacht.
De werkgever zal daar tegenover vaak genoodzaakt zijn om zijn bedrijfsvoering in meer of mindere mate aan te passen, teneinde passende arbeid te kunnen aanbieden.

https://www.outplacementbureau.nl